projects

Acknowledge
Accessible and Open Knowledge Infrastructure for Flanders
01/09/2006 - 01/12/2008
Has been finalized


Dit onderzoek gaat na met welke drempels lerenden mogelijk geconfronteerd worden bij het gebruik van e-learning faciliteiten buiten het terrein van usability. In samenwerking met VDAB werden focusgroepen georganiseerd met cursisten van enkele e-learning opleidingen. Aansluitend werden ook diepte-interviews gehouden met de docenten van de betreffende cursussen teneinde de houdingen en commentaren van de cursisten te contextualiseren. Het onderzoek behandelt drie onderzoeksvragen. Een eerste onderzoeksvraag heeft betrekking op de motivationele component van participatie tot leren en e-leren. In literatuur en beleidsdocumenten over e-learning wordt vaak uitgegaan van e-learning als de oplossing voor het verbeteren van participatie in leerpraktijken. Het onderzoek geeft echter aan dat leren voor een grote aantal individuen geen onproblematisch gegeven is. Het louter vergroten van de toegang tot participatie door het opstarten van e-learning faciliteiten verhoogt de participatie tot leren niet. Individuen die reeds leren, zullen onder invloed van e-learning modaliteiten nog beter en makkelijker leren. Hier gaat het dan voornamelijk om individuen die hoogopgeleid, van het mannelijk geslacht zijn of die een hoog jobstatus bezitten. Een grote hoeveelheid individuen leert echter niet. De oorzaak hiervan ligt echter niet bij een gebrek aan toegang tot leeropportuniteiten, maar wel bij een gebrek aan motivatie tot leren. Het onderzoek geeft volgende motivationele redenen aan die de participatie tot leren belemmeren: negatieve schoolervaringen in het verleden, gebrek aan vertrouwen in het eigen leervermogen, beperkt leervermogen of het niet als nuttig beschouwen van opleiding en training in het algemeen. Hier gaat het voornamelijk om individuen die lageropgeleid zijn, een laagjobstatus hebben, ouder of vrouwelijk zijn. Een tweede onderzoeksvraag heeft betrekking op de tijd-ruimte ervaring van personen die gebruik maken van e-learning faciliteiten. Vaak wordt er in literatuur en beleidsdocumenten uitgegaan van e-learning als een ‘anytime, anywhere, anyhow’ leersituatie waarbij individuen niet gebonden zijn aan tijd en ruimte en aldus de participatie tot leren vergemakkelijkt en vergroot wordt. Het onderzoek geeft echter aan dat verschillende aspecten die betrekking hebben op de tijd-ruimte beleving van individuen ondanks e-learning modaliteiten toch problematisch blijven. Individuen, en dan vooral vrouwen, worden geconfronteerd met een groot aantal verantwoordelijkheden en een gebrek aan beschikbare tijd. Het combineren van werk en gezin blijkt voor vele individuen reeds problematisch te zijn, laat staan dat er in dit drukke levensschema ook nog plaats en tijd gevonden kan worden voor het volgen van opleidingen. Het is pas onder invloed van veranderingen in het persoonlijk leven (werkloosheid, volwassen kinderen, gepensioneerd, ...) dat mensen zich uiteindelijk engageren tot opleidingen en vorming. Een derde en laatste onderzoeksvraag situeert zich op het niveau van de vaardigheden die nodig zijn om een opleiding via e-learning faciliteiten tot een goed einde te brengen. Hier blijkt uit het onderzoek dat vooral zelfsturing een probleemgegeven is. In literatuur en beleidsvisies over e-learning wordt vaak uitgegaan van het individu als een puur rationeel persoon die vanuit zichzelf op zoek gaat naar de content of opleidingsmogelijkheden die hij nodig acht. Het onderzoek geeft echter het tegendeel aan. Een groot deel lerenden hebben zich in één of andere cursus geëngageerd omdat hen dit vanuit hun vroegere opleidingstraject of vanuit hun naaste omgeving zo werd aangegeven, maar ook omdat het hen vanuit VDAB verplicht werd. De meerderheid van de respondenten geven aan dat indien ze niet verplicht werden, ze waarschijnlijk ook niet zouden participeren in een opleiding zoals bijvoorbeeld een ICT-opleiding, ondanks een duidelijke eigen erkenning van hun gebrek aan kennis desbetreffend. In tegenstelling tot wat men vermoedt, vindt de meerderheid van deze respondenten het verplichtende aspect ook geen problematisch gegeven. Enige voorwaarde blijkt dat de verplichting moet aansluiten bij de leercapaciteiten en de interessevelden van de potentiële lerende. Het onderzoek geeft dus duidelijk aan dat er nog verschillende problematische aspecten zijn die de participatie tot leren belemmert. e-Learning faciliteiten creëren en deze aanbieden is geen automatische garantie voor een vergroting van de participatie tot leren. Het gevoerde beleid moet er op afgestemd zijn om ook niet-lerenden te motiveren en te sturen tot leren.