IST - Digitale Kloof
Instituut voor Samenleving en Technologie - Digitale Kloof
01/10/2009 - 30/09/2010
Has been finalized

De voorbije tien jaar werd duidelijk dat de traditionele en dichotome opvatting van de digitale kloof – toegang versus geen toegang – volkomen achterhaald is. Digitale exclusie manifesteert zich niet alleen op het niveau van toegang, maar ook op het niveau van gebruik, motivatie en vaardigheden. Hierbij is toegang op zich geen garantie voor het gebruik van ICT. Het verschaffen van toegang leidt evenmin automatisch tot een verbetering van de digitale vaardigheden. Recent onderzoek geeft een aantal bijkomende elementen aan die een belangrijke invloed hebben op het aanschaffen en het (kunnen) gebruiken van ICT. Sociale netwerken geven vaak de nodige technische en motivationele ondersteuning. De gebruikscontext geeft het belang en de betekenis van het gebruik weer binnen de dagelijkse praktijken en routines van de gebruiker. Dit maakt het mogelijk om na te gaan of er wel of geen sprake is van mechanismen van sociale uitsluiting. De digitale kloof in zijn huidige vorm is zonder meer complex en multidimensionaal.

Dit leidt naar verschillende vragen. Hoe moet de notie van de digitale kloof dan herbeschouwd worden? Welke aspecten zijn hierbij van cruciaal belang? Wat zijn de implicaties voor toekomstig onderzoek, het beleid en middenveldorganisaties? Zijn de acties die momenteel ondernomen worden in overeenstemming met de huidige complexiteit van digitale exclusie of ligt de focus nog steeds in grote mate op het verschaffen van toegang? De Vlaamse overheid hanteert geen top-down e-inclusie beleid waardoor er de voorbije tien jaar een enorm complex en fijnmazig net van e-inclusie initiatieven is ontstaan. Tegelijkertijd heeft de Vlaamse overheid onvoldoende zicht op de reikwijdte en doeltreffendheid van deze initiatieven. Dit onderzoek werd opgestart om 1) een diepgaand en uitgebreid inzicht te krijgen in de evolutie van de digitale kloof; 2) de aanpak van bestaande e-inclusie initiatieven te identificeren en te analyseren; en 3) huidige problemen te identificeren en beleidsrelevante oplossingen naar voor te brengen.

De literatuurstudie gaat dieper in op de wetenschappelijke verschuiving van aandacht voor de digitale kloof van de eerste graad – gebrek aan toegang – naar de digitale kloof van de tweede graad – verschillen in gebruik en vaardigheden. Hierbij wordt de vraag gesteld welke aspecten mede de oorzaak zijn van digitale exclusie en mogelijk leiden naar mechanismen van sociale uitsluiting. De literatuurstudie focust eveneens op een aantal vernieuwende elementen eigen aan de problematiek van de digitale kloof zoals de invloed van sociale netwerken, familiale dynamiek, levensstijlen en levenstransities op het gebruik van ICT.
Het empirisch deel van dit onderzoek omvat twee luiken, 1) een betekenisvolle inventarisatie van e-inclusie initiatieven in Vlaanderen; en 2) een brainstormoefening met stakeholders uit het Vlaamse werkveld. Middels een online vragenlijst werd de aanpak van bijna 400 initiatieven bevraagd en geanalyseerd volgens 1) hun modus operandi – bv. aantal computers, doelgroepen, vormingsmogelijkheden; 2) hun pedagogische aanpak (bv. groepsgrootte, type begeleiding, type leermaterialen, aanbod- of vraaggestuurde aanpak); en 3) hun duurzaamheid (bv. financiering, inbedding in organisaties, samenwerking op lokaal niveau). De focus van de brainstorm lag op 1) het identificeren van problemen met de implementatie van e-inclusie initiatieven; en 2) het grondig discussiëren rond mogelijke oplossingen en beleidsaanbevelingen.