Whatsupp? Kinderen over media-opvoeding in een veranderende media- en thuisomgeving - Lien Mostmans
27/03/2015


Op de iPad kan je kiezen tussen een timer en een stopwatch. Ik kies voor de timer en zet die bijvoorbeeld op vijftien minuten, daarna gaat het wekkertje af. Mama zet vaak de ovenklok op, en als die afgaat, dat hoor je tot boven. (…) Als mama stop zegt dan moeten we de iPad echt direct afzetten. Papa… die let daar niet zo op. Maar dat vinden wij niet erg he, Tuur?” - Emma, 11 jaar en Tuur, 9 jaar over iPad-regels thuis -


Inleiding

Lien MostmansBovenstaand fragment maakt deel uit van een gesprek dat ik recent had met Emma, een 11-jarig meisje en haar broer Arthur, over de afspraken en regels die hun ouders hen thuis geven omtrent hun mediagebruik. Ze vertelt over een veelvoorkomende regel die ouders toepassen, namelijk het beperken van schermtijd. Door haar eigen schermtijd mee te bewaken, doet Emma bovendien aan zelfregulering. Dit is interessant, en werpt belangrijke vragen op over media-opvoeding in het dagelijkse gezinsleven: Hoe ervaren kinderen media-opvoeding van ouders? Zijn de afspraken duidelijk en toepasselijk? En, inderdaad, welke rol zien kinderen voor zichzelf weggelegd? Een antwoord op deze vragen is voor vele ouders, opvoeders en andere zorgintermediairs belangrijk wil men een zinvol afsprakenkader met kinderen uitstippelen. Voor onderzoekers en beleidsmakers zorgt het voor een gefundeerd, meer volledig en verfijndinzicht in de dagelijkse media-opvoedingspraktijken en -behoeften van families.

Media-opvoeding in een veranderende media-thuisomgeving

Onderzoek uit de afgelopen decennia, vooral gebaseerd op televisie, heeft aangetoond dat ouders het mediagebruik van kinderen op verschillende manieren organiseren en begeleiden. Ze doen aan co-use (samen media gebruiken), supervisie (in de buurt zijn als een kind een toestel gebruikt), actieve mediatie (media-inhouden bespreken, interpreteren) en restrictieve mediatie (afspraken maken over wat is toegestaan en wanneer). Met de komst van digitale technologieën en het internet maken ouders ook gebruik van monitoring (na het gebruik van de computer de bezoekgeschiedenis bekijken) en technische restricties (installeren van controlesoftware, filters of “kindersloten” op toestellen). Deze verschillende vormen van media-opvoeding werpen uiteenlopende vruchten af. Praten over media-inhouden kan negatieve gevolgen inperken zoals agressief gedrag of schadelijke mens- en wereldbeelden. Bovendien hebben kinderen die de interpretaties van ouders horen meer kans om een kritische houding te ontwikkelen tegenover mediaboodschappen en geïnteresseerd te zijn in publieke aangelegenheden zoals politiek en beleid. Meer dan co-use, zorgt restrictieve mediatie voor een vermindering in schermtijd en online risico’s zoals blootstelling aan seksuele beelden en cyberpesten.

Media-opvoeding is niet altijd rechtlijnig of omzetbaar in de dagelijkse routine van het opvoeden. Hoewel restrictieve maatregelen kunnen zorgen voor de afname van online risico’s, wijzen experts tegelijkertijd op de online kansen die kinderen mislopen, zoals leren, sociale interactie en communicatie, participatie en entertainment. Bovendien wordt het gebruik van bepaalde digitale media gekenmerkt door processen van personalisering en privatisering. Terwijl televisie, en later de desktop of “vaste” computer, in vele huishoudens een centrale, “publieke” plaats hadden, lenen mobiele, persoonlijke media, zoals smartphones of tablets, zich voor een meer privaat, moeilijker af te bakenen gebruik, bijvoorbeeld in de slaapkamer, auto of tuin. Bijkomende kanttekeningen uit de praktijk zitten vervat in Emma’s verhaal: hoe begeleiden ouders verschillende kinderen (op verschillende toestellen) (tegelijkertijd)? Wat is de rol van (oudere) kinderen als media-opvoeders in het gezin? Welke invloed hebben nieuwe, mobiele toestellen op het gezinsleven?

Media-opvoeding in veranderende gezinnen

Samen met evoluties in mediagebruik, zijn er ook veranderingen in de manier waarop ouders kinderen opvoeden en hoe ze met elkaar omgaan, ook wel “socialisatiemodellen” genoemd. Onder invloed van de de-traditionalisering van instituten zoals de familie, maar ook van een groeiende individualisering en democratisering binnen het gezin, krijgen kinderen vandaag een grotere autonomie toegekend en meer inspraak in gezinsinteracties. Op het vlak van nieuwe media en entertainment, bijvoorbeeld internet en games, zijn kinderen belangrijke introducerende schakels geworden in het gezin. Onderzoek suggereert dat kinderen, als invoerders van nieuwe digitale cultuur in het gezin, een belangrijke intermediaire rol spelen.
Dit kan belangrijke gevolgen hebben voor gezinsdynamieken. Meerdere studies geven bijvoorbeeld aan dat wanneer er grote verschillen bestaan tussen ouders en kinderen in de verwachtingen, afspraken en kennis omtrent mediagebruik, sociale dynamieken en banden binnen de familie verstoord kunnen worden. Bovendien doen nieuwe gezinsvormen vandaag vragen rijzen over de vertaling van media-opvoedingspraktijken die voordien vooral gesitueerd en bestudeerd werden in “traditionele” gezinscontexten: op welke manier vindt media-opvoeding plaats in gezinnen verdeeld over meerdere huishoudens, zoals bij co-ouderschap, of tussen (stief-) ouders, (inwonende) grootouders en (stief-) kinderen?  En, wat als ouders er onderling een andere visie op nahouden, zoals in Emma’s verhaal?

Kinderen aan het woord

Terwijl de kennis over media-opvoedingspraktijken door ouders aanzwelt, is opvallend weinig geweten over de receptie, beleving en praktijken van media-opvoeding bij kinderen. Binnen de psychologie en sociologie spreekt men van internalisering om het proces te beschrijven waarbij kinderen zich bepaalde waarden, attituden en sociale regels eigen maken, zodat deze op termijn niet langer worden beleefd als opgelegde voorschriften, maar als zelfgekozen richtlijnen. Deze bijdrage gaat over hoe kinderen en jongeren zich media-opvoeding eigen maken: Hoe praten kinderen over de zin en onzin van media-opvoedingspraktijken van ouders? Welke klemtonen leggen ze zelf? De onderzoeksresultaten van een bevraging bij 24 jongeren (12-16 jaar), aangevuld met gesprekken en observaties in 10 Vlaamse gezinnen met kinderen tussen 9 en 14 jaar, vormen hiervoor de basis. Uit deze gesprekken kwamen drie belangrijke thema’s – technologische vaardigheden, privacy en familie-tijd –, hieronder besproken, en geïllustreerd aan de hand van een aantal passende passages uit de interviews. De gebruikte namen zijn pseudoniemen.

Kenniskloof overbruggen

Jongeren zijn zich zeer bewust van de brede waaier aan kennis, vaardigheden en attitudes die essentieel zijn bij het gebruik van digitale en online media, evenzeer als van de generationele eigenheid van veel van deze media. Ontbrekende technologische vaardigheden van ouders zijn alvast een wederkerend thema in de gesprekken met jongeren. Het gaat daarbij niet alleen om functionele vaardigheden of “knoppenkennis”, maar ook om een meer subtiel begrip van de gebruikscontext van bijvoorbeeld sociale netwerksites. Sommige jongeren vertelden bijvoorbeeld hoe Facebook verboden terrein is tot een zeker uur (of na klusjes of schoolwerk), terwijl de klas een klasgroep heeft op Facebook waar tips  en studiemateriaal wordt uitgewisseld, en waar de leerkracht soms voorbeeldvragen van toetsen meedeelt. Pogingen om deze internetregel –vaak geïnstalleerd zodat kinderen zich ten volle op huiswerk zouden concentreren– thuis om te buigen, vielen bij ouders in dovemans oren.

Deze kloof zorgt wel eens voor verwarring, of zelfs frustratie bij kinderen. Jongeren uiten bijvoorbeeld onbehagen over het gebrek aan autonomie, en vinden het vervelend om beschouwd te worden als immer beschikbare “helpdesks”. Voor Martijn en Lana, twee 16-jarige klasgenoten, ontbreekt het ouders soms aan motivatie om nieuwe media vaardigheden op te krikken, “omdat ze weten dat wij hun problemen meestal direct kunnen oplossen en danm oeten zij niet zoeken”. Ouders’ excuses “het is allemaal veel te nieuw voor ons, we zijn oud, het gaat wat traag” stoot ook bij anderen op (herkenbare) ergernis. Voor 13-jarige Pablo leidt dit thuis geregeld tot conflict: “Ik heb wel eens ruzie met mijn mama en oma (die hem na school opvangt), omdat zij niet begrijpen wat ik leuk vind aan het Internet… ik probeer dat wel uit te leggen, maar dat lukt nooit omdat zij niet mee zijn”. Dat ouders mediagebruik vandaag vaak bestieren of reglementeren en tegelijkertijd aangewezen zijn op hun kinderen voor (technische) hulp en contextualisering, kan macht, autoriteit en rollen binnen het gezin vertroebelen en bijgevolg relaties verstoren.

Tegelijkertijd zijn kinderen erg gretig om ouders te laten kennismaken met hun online leefwereld. Dat het internet ook een leuke en handige plaats is, en niet enkel onzinnig, smakeloos of gevaarlijk, vindt 16-jarige Lissa een belangrijke les, “ik hoop dat mijn moeder snel WhatsApp (een mobiele berichtenapp) ontdekt, dan kunnen we meer praten”. Voor Adam biedt Skype dan weer praktische, economische voordelen: “Mijn vader verblijft soms perioden in het buitenland, en dan wil hij met ons (sic) babbelen via de telefoon. Ik denk dan vaak aan de kosten… terwijl, met Skype kan je elkaar zelfs zien, zonder dat het iets kost”. Hoewel jongeren dus zeker begrip tonen voor de precaire digitale kennisachtergrond van ouders, en ze de online leefwereld en ervaringen van ouders willen verruimen, kunnen verschillen in technologische vaardigheden gezinsdynamieken behoorlijk beïnvloeden.

Privacy-oefening

Privacy is een belangrijke bezorgdheid van vele jongeren. Terwijl kinderen de beschermende houding van vele ouders begrijpen, restrictieve maatregelen zelfs aanmoedigen, en ouders bijvoorbeeld superviserende toegang geven tot hun sociale netwerken op het Internet, vragen zij ook om de grenzen van hun sociaal leven online te respecteren. Voor veel jongeren zijn sociale netwerken, zoals Facebook of Instagram, plaatsen waar zij met leeftijdsgenoten en vrienden communiceren, leren, spelen, experimenteren, kortom “rondhangen”. Ouders zijn dan vaak ongewenste toeschouwers. Anders dan Lars, 13 jaar, die het zeer vervelend vindt wanneer zijn ouders over zijn schouders “meekijken” op het scherm, of Liam, 13 jaar, wiens ouders meelezen vanuit hun eigen Facebookaccounts, vindt 15-jarige Jakob het storend dat zijn ouders zijn Facebookpagina’s bekijken wanneer hij zich vergeet af te melden op de thuiscomputer. Sociale netwerken zijn ook erg persoonlijke plaatsen, waar jongeren persoonlijke boodschappen communiceren, vertrouwensbanden opbouwen, verstevigen of onderling negotiëren. Een ouder die een commentaar plaatst bij een foto, hoe ludiek of goedbedoeld ook, kan dit proces beïnvloeden. Na een aantal “schaamtelijke” tussenkomsten hebben vele jongeren, waaronder Nicolas (13 jaar), Amalia (13 jaar) en Helena (16 jaar) intussen duidelijke afspraken gemaakt met hun ouders over het becommentariëren, liken en delen van Facebookfoto’s (in het kort, zelden toegestaan). Tot slot werd in verschillende gesprekken erg kritische gepraat over ouders die foto’s van hun kinderen posten zonder overleg en onderlinge toestemming. 13-jarige Nona heeft dit ook reeds besproken met haar ouders, “alsjeblieft geen foto’s meer van mij op Facebook zonder eerst te vragen”. Controle hebben over wie wat over je te weten komt is daarbij een belangrijke onderliggende drijfveer. Kinderen geven aan extra gevoelig te zijn wanneer ouders deze controle ondermijnen.

Familie-tijd is belangrijk

Bepaalde “mediavrije” momenten in familieverband blijven belangrijk. Samen eten, bijvoorbeeld, is voor sommige kinderen en families een schaars moment van “fysiek” samenzijn, en kinderen ervaren het smartphonegebruik van ouders dan als storend: “mama, stop alsjeblieft met je telefoon te checken als we eten” (Ines, 13 jaar). Anke, eveneens 13 jaar, vindt het bovendien jammer dat haar ouders tijdens het televisiejournaal de tablet gebruiken. Dit is interessant, want het geeft aan dat ook bepaalde “mediamomenten” zoals samen televisiekijken door kinderen als kwaliteitsvolle familiemomenten ervaren worden. Anderzijds geven ouders aan dat dit net momenten zijn waarop zij tot rust komen en de kans grijpen om berichten of mails te beantwoorden, opzoekingen te doen, of telefoontjes te plegen.

Conclusie en suggesties

In de praktijk is media-opvoeding voor veel ouders en kinderen een complexe aangelegenheid. De hedendaagse combinatie van werk en gezin, veranderende gezinsvormen en vrijetijdsprogramma’s van kinderen, de snelheid en complexiteit van technologische ontwikkelingen en online jeugdcultuur, en de toenemende verspreiding van mobiele en persoonlijke mediatoestellen in de thuisomgeving zorgen ervoor dat media-opvoeding niet altijd gebeurt zoals onderzoekers denken, of verwachten. Bovendien kunnen jongeren – dat is niets nieuw – erg gespitst en creatief zijn in het aftasten, bevragen en omzeilen van ouderlijke autoriteit, en zijn ouders geneigd de vaardigheden, zelfredzaamheid of veerkracht van hun kinderen te overschatten. Dit zogenaamde “derdepersoonseffect” zorgt ervoor dat ouders de neiging hebben andere kinderen als meer vatbaar te zien voor de effecten van media. Deze studie geeft aan dat ouders voor bijkomende uitdagingen staan, en suggereert een aantal antwoorden.

De privacy van kinderen wordt vaak beschouwd als een goed dat beschermd moet worden tegen “externe” krachten, zoals pestkoppen, commerciële partijen of kindlokkers. Meer en meer wordt duidelijk dat inbreuken op de privacy van kinderen ook gebeuren door “interne” dynamieken, zoals de privacy-gebruiken in het gezin. Ouders die te veel informatie over hun kind(eren) delen worden in het Engels wel eens sharents genoemd, een samentrekking van parents (ouders) en share (delen). Omdat meer en meer kinderen opgroeien in een omgeving waarin het recht op privacy, autonomie en identiteitsontplooiing benadrukt wordt, raakt het delen van iemands persoonlijke informatie, zoals foto’s, zonder toestemming een gevoelige snaar, zeker wanneer de boosdoeners ouders, stiefouders, grootouders, of andere vertrouwenspersonen zijn. Hierover anticipatief met elkaar in gesprek treden, eventueel over verschillende thuisomgevingen heen, en afspraken maken over onderlinge toestemming kan misverstanden of conflict vermijden. Bijvoorbeeld, welke soort informatie over jezelf en anderen mag waar gedeeld worden, door wie en met wie? Welke informatie is gepast/ongepast, en waarom? Wat zijn mogelijke gevolgen voor de verschillende betrokkenen? Wanneer is toestemming vragen nodig?

Dat kinderen familietijd belangrijk vinden is interessant, en biedt tegengewicht aan het populaire discours over de sociale isolatie, afhankelijkheid of zelfs verslaving van kinderen en digitale technologieën. Het suggereert dat het gebruik van media “traditionele” fysieke samenzijn momenten voor kinderen niet noodzakelijk vervangt, maar eerder aanvult, en soms misschien zelfs voedt. Dat sommige kinderen aangeven dat ouders ook media (smartphone, tablet, laptop) gebruiken tijdens traditioneel gezamenlijke televisiemomenten, zoals nieuwskijken, roept vragen op over alledaagse media-opvoeding door ouders: op welke manier beïnvloedt dergelijk “parallel” mediagebruik van ouders media-opvoedingspraktijken, bijvoorbeeld media-inhouden uitleggen en interpreteren? Een evenwicht vinden, consequent zijn, zelf het “goede”, of althans “gewenste” voorbeeld geven en duidelijke afspraken maken over waar, wanneer en door wie media gebruikt worden lijkt essentieel. Zo stellen sommige ouders en kinderen samen een gezinsovereenkomst op, waarin een aantal voorwaarden, regels of richtlijnen gestipuleerd staan over elkaars mediagebruik (Waar (niet), wanneer (niet), hoelang, …?). Dat kinderen deze overeenkomst actief mee opstellen en bekrachtigen, en zo misschien internaliseren, vergroot het draagvlak.

Het is, tot slot, een opsteker dat kinderen de digitale, online vaardigheden en ervaringen van ouders willen verbreden. Dit biedt ouders, maar ook andere opvoeders, namelijk een positief aanknopingspunt om interesse te tonen. Samen ontdekken (co-use), grenzen aftasten (actieve mediatie) en –wie weet– samen leren kan van media-opvoeding een verrijkende aangelegenheid maken, voor kinderen én ouders/opvoeders. Kortom, hedendaagse verschuivingen vragen om een inclusieve aanpak, ook op het vlak van gezinsvormen, waarin alle betrokken stemmen gehoord worden, ook die van kinderen.



Deze bijdrage bouwt voort op een aantal interessante werken, waaronder:
Danah Boyd. It's Complicated: The Social Lives of Networked Teens, Yale University Press, 2014.

Lynn Schofield Clark. The Parent App: Understanding Families in a Digital Age, Oxford University Press, 2012.

Sonia Livingstone. Strategies of parental regulation in the media-rich home, Computers in Human Behavior, 23 (2), 2007.  

Sonia Livingstone. Children and the Internet: Great Expectations, Challenging Realities, Cambridge Polity Press, 2009.

Created by Elias Van Dingenen on 27/03/2015